Study "Doelgroeppen", a flashcard deck on FORKSAI.
Wat zijn de drie ontwikkelingsdimensies die centraal staan in het orthopedagogisch model van Kok, en geef een korte beschrijving van elk?
De drie dimensies zijn affectief (sociaal-emotioneel), cognitief, en conatief. Affectief betreft de verbinding van het kind met zichzelf, anderen en de omgeving, en diens welbevinden. Cognitief omvat het waarnemen, voorstellen en leren kennen van een gestructureerde omgeving, en het omgaan met variatie. Conatief heeft betrekking op de eigenheid van het kind in relatie tot zijn omgeving, zoals egocentrisme versus aanpassing, en de motivatie en betrokkenheid.
Definieer het concept 'Problematische Opvoedingssituatie (POS)' volgens de bronmaterialen.
Een Problematische Opvoedingssituatie (POS) is een opvoedingssituatie die door de betrokkenen als nagenoeg perspectiefloos wordt ervaren. Zonder deskundige hulp van buitenaf slagen de betrokkenen er niet in het geheel zodanig te veranderen dat het weer perspectief biedt.
Wat is het verschil tussen 'alledaagse kennis opvoeding' en 'wetenschappelijke kennis opvoeding' volgens de bron, en welk concept van Kahneman (2012) wordt bij elk genoemd?
Alledaagse kennis opvoeding is intuïtief handelen gebaseerd op eerdere ervaringen en de eigen persoonlijkheid, vaak onbewust, en wordt geassocieerd met 'Thinking fast'. Wetenschappelijke kennis opvoeding is handelen op basis van wetenschappelijk onderzoek, bewust en analytisch, en wordt geassocieerd met 'Thinking slow'.
Wat zijn de belangrijkste risicofactoren voor trauma bij ziekenhuisopname voor een kind, zoals beschreven in de bron?
De risico's op trauma bij ziekenhuisopname voor een kind zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind, de opnameduur en -frequentie, de attitude van de ouders, de ouderlijke aanwezigheid (ook 's nachts), de pijnbeleving, en de attitude van artsen en verplegend personeel.
Onderscheid 'slechthorendheid' van 'doofheid' op basis van de audiologische classificatie en de impact op taalverwerving.
Bij doofheid wordt gesproken taal niet meer verstaan of verworven, zelfs niet met hulpmiddelen en/of training. Bij slechthorendheid zijn er nog voldoende auditieve mogelijkheden om taal te verstaan of te verwerven, hoewel dit vertraagd en bemoeilijkt kan zijn.
Beschrijf de kern van het Nature-Nurture debat door zowel 'Nature' (nativisme) als 'Nurture' (empirisme) uit te leggen.
Het Nature-Nurture debat draait om de vraag wat de ontwikkeling van een individu primair bepaalt. Nature (nativisme) stelt dat aanleg en erfelijk materiaal de ontwikkeling bepalen. Nurture (empirisme) daarentegen, beargumenteert dat opvoeding en het milieu, door middel van leerervaringen, de ontwikkeling bepalen.
Wat is de definitie van 'orthopedagogiek' en hoe is deze definitie geëvolueerd volgens de bron?
Orthopedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met opvoeding die bemoeilijkt verloopt, waarbij de orthopedagoog deze situatie probeert te ondersteunen. De evolutie van de definitie heeft een verschuiving laten zien van een focus op de beperking van het kind naar het opvoedingsgebeuren, het ontstaan van problemen vanuit diagnose, behandeling en preventie, en uiteindelijk naar de krachten van het kind en integratie in de samenleving.
Welke drie factoren kunnen volgens het orthopedagogisch model van Kok en Ter Horst bijdragen aan een Problematische Opvoedingssituatie (POS)?
De drie domeinen van orthopedagogische studie (POS) zijn factoren in de opvoeders/ouders en/of begeleiders, factoren in het kind, en factoren in de omgeving en samenleving.
Leg uit wat 'Münchausen Syndrome by Proxy' inhoudt en waarom het een vorm van kindermishandeling is.
Münchausen Syndrome by Proxy is een vorm van kindermishandeling waarbij de ouders of verzorgers het kind ziekten en medische problemen toebrengen. De ouder liegt over de medische geschiedenis van het kind, wat leidt tot herhaalde ziekenhuisopnames en onnodige medische procedures, waardoor het kind slachtoffer wordt van fysiek en psychisch geweld.
Wat zijn de drie criteria waaraan voldaan moet worden voor de diagnose van een leerstoornis, en leg elk kort uit?
De criteria zijn het achterstandscriterium, het hardnekkigheidscriterium en het exclusiviteitscriterium. Het achterstandscriterium betekent dat er duidelijke problemen zijn bij het verwerven van een schoolse vaardigheid ten opzichte van de leeftijdsgroep. Het hardnekkigheidscriterium houdt in dat de problemen blijven bestaan ondanks adequate remediërende instructie. Het exclusiviteitscriterium stelt dat andere problemen de vastgestelde achterstand niet volledig mogen verklaren.